ECLI:NL:CRVB:2002:AD9650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- J.H. van Kreveld
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging detachering ambtenaar bij privatisering gemeente
Appellante was ambtenaar bij de gemeente en werd gedetacheerd bij een Stichting in het kader van privatisering van gemeentelijke taken. Na kritiek op haar functioneren besloot de Stichting de detacheringsovereenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen. Appellante maakte bezwaar tegen deze beëindiging bij zowel de Stichting als de gemeente.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de gemeente onvoldoende haar rol als werkgever had vervuld en dat er geen zwaarwichtige redenen waren voor de beëindiging van de overeenkomst. De Raad stelde vast dat appellante ambtenaar bleef en dat artikel 7 van Pro de overeenkomst voorschreef dat conflicten aan de werkgever moesten worden voorgelegd, wat niet tijdig was gebeurd.
De secretaris van de gemeente had alsnog overleg gevoerd en vastgesteld dat de werkverhoudingen onherstelbaar verstoord waren, waardoor beëindiging van de detachering onvermijdelijk was. De Raad oordeelde dat het besluit van de gemeente niet onhoudbaar was en bevestigde het bestreden besluit. Toekenning van de RAP-status volgde uit de beëindiging en werd niet bestreden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de detachering en verklaart het beroep van appellante ongegrond.