ECLI:NL:CRVB:2001:AB0474
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.C.F. Talman
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag ambtenaar na incident en plichtsverzuim bij exploitatie NV
Appellant was sinds 1968 ambtenaar bij de gemeente en werkte vanaf 1989 gedetacheerd bij een NV die grotendeels eigendom is van de gemeente. Na een incident in november 1995 waarbij appellant een bezoeker met een stok sloeg, volgde een onderzoek waaruit bleek dat hij ook eigendommen van de NV voor eigen gebruik had aangewend en het onderzoek had belemmerd.
Op basis van deze feiten legde de gemeente appellant een disciplinaire straf van ontslag op. Appellant maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat hij zich uit zelfverdediging had gehandeld en dat eerdere incidenten buiten beschouwing moesten blijven. De rechtbank oordeelde dat appellant ondanks zijn detachering ambtenaar bleef en verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad acht het bewezen dat appellant ernstig plichtsverzuim beging, onder meer door het slaan van een bezoeker, het verbieden van hulpverlening, het doen verdwijnen van een stok en het aanzetten van medewerkers tot het afleggen van onjuiste verklaringen. De Raad weegt mee dat appellant een leidinggevende positie bekleedde en dat eerdere incidenten de ernst van het plichtsverzuim onderstrepen.
De Raad benadrukt dat ambtenaarschap niet verloren gaat door detachering en dat ontslag alleen op wettelijke gronden kan plaatsvinden. De opgelegde straf is proportioneel gelet op de ernst van de feiten en de positie van appellant. Het beroep wordt daarom verworpen en het ontslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het disciplinaire ontslag van appellant wordt bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.