ECLI:NL:CRVB:2002:AD9983
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt uitspraak wegens onvoldoende motivering afwijzing uitstelverzoek gemachtigde
Appellant, een zelfstandig taxi-ondernemer, was arbeidsongeschikt verklaard en verzocht om een AAW-uitkering, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werd geweigerd op grond van een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 25%.
In eerste aanleg en hoger beroep werd onder meer aangevoerd dat het verzoek om uitstel van de zitting wegens verhindering van de gemachtigde ten onrechte was afgewezen door de rechtbank. De rechtbank had het eerste verzoek zonder motivering afgewezen en had niet gereageerd op het tweede verzoek om uitstel.
De Raad oordeelde dat de rechtbank verplicht is een belangenafweging te maken tussen het belang van appellant op vertegenwoordiging door zijn gemachtigde en de belangen die tegen uitstel spreken, en dat de beslissing op het verzoek om uitstel met redenen moet worden omkleed. De rechtbank had dit nagelaten, waardoor de uitspraak in strijd is met artikel 8:24 van Pro de Awb.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde het Uwv in de proceskosten en griffierecht. De inhoudelijke beoordeling van het maatmaninkomen van appellant werd bevestigd zonder aanleiding tot terugwijzing.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de afwijzing van het uitstelverzoek; het beroep wordt inhoudelijk ongegrond verklaard.