ECLI:NL:CRVB:2002:AE0506
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verstrekking robotarm aan ernstig lichamelijk gehandicapte op grond van limitatieve regeling
Appellante, een zorgverzekeraar, weigerde de verstrekking van een Manus Robot Manipulator aan een ernstig lichamelijk gehandicapte, [C.], op grond van de limitatieve opsomming van hulpmiddelen in de Regeling hulpmiddelen 1996. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de robotarm als eetapparaat en als computer met aanpassingen kan worden aangemerkt, waardoor aanspraak mogelijk zou zijn.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep dit oordeel herzien. De Raad stelde vast dat de Ziekenfondswet en de daarop berustende regelingen een gesloten systeem vormen, waarbij alleen aanspraak bestaat op hulpmiddelen die expliciet zijn aangewezen. De robotarm valt niet onder de limitatieve opsomming en de toelichting bij de regeling sluit deze uit vanwege de kosten en het ontbreken van een gewijzigd beleidsstandpunt.
De Raad overwoog verder dat de robotarm niet kan worden aangemerkt als een computer in de zin van de regeling, ondanks dat deze door een processor wordt bestuurd. Ook een beroep op artikel 8 EVRM Pro, dat het recht op privéleven beschermt en positieve verplichtingen kan inhouden, werd verworpen omdat de overheid binnen haar ruime beoordelingsvrijheid redelijk heeft besloten de robotarm niet te verstrekken.
Daarmee houdt het bestreden besluit stand en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De verstrekking van de robotarm wordt geweigerd omdat deze niet onder het limitatieve verstrekkingenpakket valt.