ECLI:NL:CRVB:2002:AE0920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- G. van der Wiel
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Terugwijzing en voorwaardelijke proceskostenveroordeling in WAO-uitkeringszaak wegens schending privacyrechten
Appellante, een werkgever, maakte bezwaar tegen besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) die aan twee van haar werknemers een WAO-uitkering toekenden. De werkneemsters verleenden geen toestemming voor het delen van hun medische gegevens met appellante, die daardoor geen arts-gemachtigde wilde aanwijzen. De bezwaren werden door gedaagde deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond.
De rechtbank Breda wees de beroepen ongegrond en oordeelde dat de medische besluitenregeling niet in strijd was met artikel 6 van Pro het EVRM. Appellante stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. Deze Raad constateerde dat in eerste aanleg sprake was van een schending van artikel 6 EVRM Pro, verwijzend naar eerdere jurisprudentie. De Raad benadrukte dat in hoger beroep de privacy van de werknemer moet worden afgewogen tegen het recht van de werkgever op een eerlijk proces, waarbij een gemachtigde medische stukken kan inzien onder geheimhoudingsplicht.
De Raad verwierp het standpunt van appellante dat toepassing van artikel 88c van de WAO in strijd was met artikel 6 EVRM Pro. Omdat de zaak nadere behandeling behoeft, wees de Raad de zaak terug naar de rechtbank Breda. Tevens veroordeelde de Raad gedaagde voorwaardelijk in de proceskosten van appellante in hoger beroep, gelet op de complexiteit en het principiële karakter van de zaak. Ook werd bepaald dat het griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Breda en gedaagde wordt voorwaardelijk veroordeeld in de proceskosten van appellante in hoger beroep.