ECLI:NL:CRVB:2005:AT3055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging premiebesluiten WAO ondanks schending redelijke termijn en privacybescherming
Appellante stelde hoger beroep in tegen premiebesluiten WAO voor de jaren 1999 en 2000, waarin de gedifferentieerde premie werd vastgesteld op het maximumniveau. De kern van het geschil betrof de grondslag van de premie, namelijk een aan een ex-werkneemster toegekende WAO-uitkering, waarvan appellante niet zelf de medische stukken mocht inzien vanwege privacybescherming.
De rechtbank had de medische stukken alleen toegankelijk gemaakt voor de gemachtigde van appellante, conform artikel 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, om de privacy van de betrokkene te waarborgen. Appellante maakte bezwaar tegen deze beperking en stelde dat hierdoor haar recht op een eerlijk proces werd geschonden, zoals beschermd door artikel 6 EVRM Pro.
De Raad overwoog dat de belangenafweging tussen privacy en recht op toegang tot de rechter zorgvuldig was gemaakt en dat de rechtbank niet verplicht was tot nadere motivering van de beperking zonder gemotiveerd verzoek. Wel werd erkend dat de redelijke termijn was overschreden, maar dit leidde niet tot vernietiging van de besluiten.
Uiteindelijk bevestigde de Centrale Raad van Beroep de eerdere uitspraken van de rechtbank, waarbij de premiebesluiten werden gehandhaafd en de beroepsgronden van appellante werden verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de premiebesluiten WAO en verklaart het hoger beroep van appellante ongegrond.