ECLI:NL:CRVB:2005:AT6264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling gedifferentieerde premie WAO voor grote werkgever
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle inzake de vaststelling van de gedifferentieerde premie WAO voor 2002. De premie is mede gebaseerd op uitkeringen toegekend aan drie ex-werknemers die vóór 1 januari 1998 in dienst traden. Appellante voerde aan dat deze uitkeringen buiten beschouwing moesten blijven en dat de overgangsbepalingen onredelijk en in strijd met het gelijkheidsbeginsel waren.
De Raad oordeelde dat de risicovrijstelling van artikel 76f, vijfde lid onder c, WAO niet van toepassing is op werknemers die vóór 1 januari 1998 in dienst traden, conform het overgangsrecht van de Wet Rea. De stelling van appellante dat sprake was van ongelijke behandeling werd verworpen omdat de wetgever een ruime beleidsvrijheid heeft en de keuze objectief en redelijk is gerechtvaardigd.
Verder werd geoordeeld dat appellante onvoldoende had onderbouwd dat de betrokken werknemers al arbeidsongeschikt waren bij aanvang van hun dienstverband. Ook werd gewezen op het feit dat appellante geen rechtsmiddelen had aangewend tegen de toekenningsbesluiten van de uitkeringen, waardoor beroep tegen de premie vaststelling niet gegrond kon zijn op onterechte toekenning.
Ten slotte verwierp de Raad de bezwaren van appellante over vermeende strijd met het gelijkheidsbeginsel, het EVRM en de Awb, waarbij werd benadrukt dat de wetgever een ruime marge van beoordeling heeft bij premiedifferentiatie. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de gedifferentieerde premie WAO en wijst het hoger beroep af.