ECLI:NL:CRVB:2002:AE1396
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- M.M. van der Kade
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdsbeslag werkzaamheden lid Provinciale Staten voor wachtgeldvermindering
De zaak betreft een geschil over de vermindering van wachtgeld van een lid van Provinciale Staten, waarbij de minister het tijdsbeslag van werkzaamheden op 11 uur per week heeft vastgesteld op basis van de Taakdurenregeling. Gedaagde had echter opgegeven dat zijn tijdsbeslag slechts 2 uur en 13 minuten bedroeg, maar werd door de minister niet adequaat geïnformeerd over welke activiteiten relevant waren voor deze beoordeling.
De rechtbank had het besluit van de minister vernietigd omdat deze onvoldoende kennis had genomen van de feitelijke werkzaamheden van gedaagde en het bezwaarproces niet had benut om duidelijkheid te verkrijgen. De Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de minister het primaat ten onrechte bij de norm uit de Taakdurenregeling legde en dat het aan de minister is om de werkelijke omvang van het tijdsbeslag vast te stellen op basis van een volledige opgave van gedaagde.
Verder verduidelijkt de Raad welke werkzaamheden als lid van Provinciale Staten in aanmerking moeten worden genomen, waaronder vergaderingen, voorbereiding, excursies, werkbezoeken en politieke partijactiviteiten die uit hoofde van het lidmaatschap worden verricht. Werkzaamheden die gedaagde al verrichtte als vrijwilliger vóór zijn lidmaatschap vallen niet onder de uitzondering voor reeds bestaande werkzaamheden.
De Raad beveelt de minister aan een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen en heft een recht van f 675,- aan de Staat der Nederlanden. Hiermee wordt het eerdere besluit van 3 december 1996 vernietigd en komt het geschil terug bij de minister voor herbeoordeling.
Uitkomst: Het besluit tot vermindering van wachtgeld op basis van de Taakdurenregeling wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen met een juiste beoordeling van het werkelijke tijdsbeslag.