ECLI:NL:CRVB:2002:AE1690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- W.M. Levelt-Overmars
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als steigerbouwer, werd wegens rugklachten arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering berekend op 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd dit percentage bij besluit van 22 juli 1998 herzien naar 35 tot 45%, later bij bezwaar en hoger beroep vastgesteld op 45 tot 55%.
Appellant voerde aan dat de belastbaarheid onjuist was vastgesteld, met name op psychisch gebied, en dat niet aan artikel 7:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was voldaan omdat hij niet tijdig over nieuwe rapporten was geïnformeerd. De Raad oordeelde dat de advisering door de bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige geen nieuwe feiten of omstandigheden vormde zoals bedoeld in artikel 7:9 Awb Pro.
Verder concludeerde de Raad dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd dat zijn belastbaarheid was onderschat, ook niet met betrekking tot psychische beperkingen of lawaaibelasting. De functies die appellant werd voorgehouden waren passend geacht, mede gelet op zijn werkervaring en taalvaardigheid. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%.