ECLI:NL:CRVB:2002:AE1890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boetenota's over reiskostenvergoeding en overuren vernietigd wegens procesrechtelijke schendingen
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de Rechtbank Dordrecht die het besluit van 19 maart 1997 vernietigde. Dit besluit handhaafde correctienota's aan [X.] B.V. over de jaren 1991-1994 inzake reiskostenvergoeding over overuren, terwijl de boetenota's deels werden kwijtgescholden. De rechtbank oordeelde dat door het onherstelbaar verlies van overwerkstaten en weekplanningsstaten een schending van het equality of arms-beginsel was ontstaan, en dat de boetenota's onvoldoende waren gemotiveerd en voorbereid. Tevens werd de overschrijding van de redelijke termijn erkend.
In hoger beroep betwistte het Uwv dat sprake was van procesrechtelijke schending, stelde dat geen steekproef was toegepast, en voerde aan dat de strafrechtelijke veroordeling van de directeur-grootaandeelhouder geen beletsel vormde voor het opleggen van boetenota's aan de vennootschap. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verlies van administratie niet tot procesrechtelijke schade leidde, bevestigde dat geen steekproef was toegepast, maar onderschreef de rechtbank dat een belangenafweging vereist is bij het opleggen van boetenota's aan een vennootschap waarvan de bestuurder strafrechtelijk is veroordeeld. Tevens werd de overschrijding van de redelijke termijn erkend en werd de boetenota met 10% gematigd.
De Raad vernietigde het bestreden besluit voor zover het de correctienota's betreft, verklaarde het beroep ongegrond, bevestigde het overige en veroordeelde het Uwv tot betaling van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit over correctienota's, bevestigt de matiging van boetenota's en veroordeelt het Uwv tot proceskosten.