ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5732
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding tewerkstellingsvergunningen voor stagiairs afgewezen voor één vreemdeling
Eiseres kreeg een bestuurlijke boete van €296.000,- opgelegd wegens 37 overtredingen van artikel 2 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat zij voor 37 vreemdelingen geen tewerkstellingsvergunningen voor reguliere arbeid zou hebben. De kern van het geschil betrof of de vreemdelingen reguliere arbeid of een stage verrichtten.
De rechtbank oordeelde dat eiseres terecht als werkgever in de zin van de Wav werd aangemerkt, omdat zij de vreemdelingen mogelijk maakte om in Nederland te werken en betrokken was bij intakegesprekken, aanvragen van vergunningen en begeleiding. De vreemdelingen voldeden niet aan het gefaseerde stageprogramma zoals vereist in paragraaf 22 van de Uitvoeringsregels Wav, waardoor zij niet als stagiairs konden worden aangemerkt.
Eiseres voerde aan dat sprake was van strijd met het ne bis in idem-beginsel, onzorgvuldige verhoren van vreemdelingen, schending van het ondervragingsrecht, en dat intrekking van vergunningen de juiste maatregel was. De rechtbank verwierp deze bezwaren, behalve voor vreemdeling 22 die niet was gehoord en waarvoor het bewijs ontbrak. Vanwege de lange duur van de procedure matigde de rechtbank de boete met 5%, waardoor het bedrag werd vastgesteld op €285.500,-.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het de boete voor vreemdeling 22 betrof, en afgewezen voor de overige punten.
Uitkomst: Boete vernietigd voor één vreemdeling wegens onvoldoende bewijs en matiging van de boete voor overige vreemdelingen tot €285.500,- vanwege procedurele vertraging.