ECLI:NL:CRVB:2002:AE3422
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kinderbijslag en toewijzing nieuw besluit na niet-ontvankelijkverklaring bezwaar
Appellant had kinderbijslag aangevraagd voor zeven in Marokko verblijvende kinderen en verzocht uitbetaling op een bankrekening in Marokko. Na diverse wijzigingen in bankgegevens betaalde de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de kinderbijslag op een rekening van een derde, waarna appellant verzocht de uitkering alsnog aan hem over te maken. De SVB weigerde dit en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief van 27 maart 1997 geen besluit zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad verklaarde het hoger beroep aanvankelijk niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van griffierecht. Na verzet werd dit herzien omdat appellant zich op betalingsonmacht beriep en het griffierecht alsnog betaalde binnen een redelijke termijn.
De Raad oordeelt dat de brief van 27 maart 1997 wel een besluit is in de zin van de Awb, omdat het rechtstreeks verband houdt met het recht op kinderbijslag zoals geregeld in de AKW en het Verdrag sociale zekerheid Nederland-Marokko. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en de SVB wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en de Sociale Verzekeringsbank dient een nieuw besluit te nemen.