ECLI:NL:CRVB:2002:AE3732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.G.M. Simons
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing artikel 10 Abw bij jongmeerderjarige en zelfstandige huisvesting
In deze zaak staat de toepassing van artikel 10 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw) centraal, waarbij het College van burgemeester en wethouders van Amersfoort een uitkeringsbesluit aanvecht dat bijzondere bijstand toekent aan een jongmeerderjarige die na haar huwelijk aanvankelijk bij haar ouders bleef wonen.
De gemeente had een beleidsregel opgesteld die de toepassing van artikel 10 Abw Pro beperkte tot drie situaties, maar de Raad oordeelt dat dit beleid de wettelijke strekking miskent. De Raad benadrukt dat een gedegen onderzoek naar alle relevante omstandigheden noodzakelijk is om te bepalen of zelfstandige huisvesting en hogere bestaanskosten gerechtvaardigd zijn.
Hoewel de jongmeerderjarige na haar huwelijk tijdelijk bij haar ouders bleef wonen, was er volgens de Raad geen sprake van bijzondere omstandigheden die zelfstandige huisvesting per 20 december 1997 noodzakelijk maakten. De Raad bevestigt daarmee het eerdere oordeel van de rechtbank en vernietigt het bestreden besluit, waarbij de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven en de gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beleid van appellant inzake artikel 10 Abw wordt vernietigd en het besluit tot afwijzing van bijzondere bijstand wordt vernietigd met inachtneming van de rechtsgevolgen.