ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8840
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake bijzondere bijstand voor jongmeerderjarige inwonend bij schoonouders
Appellante, een jongmeerderjarige geboren in 1976, woonde bij haar schoonouders en vroeg bijzondere bijstand aan vanwege het ontbreken van eigen middelen en het negatieve vermogen van haar echtgenoot, die tot juni 1996 een Ziektewetuitkering ontving en daarna gedetineerd was. De gemeente kende haar bijstand toe op basis van de norm voor een alleenstaande jonger dan 21 jaar, maar weigerde een aanvullende toeslag op grond van artikel 10 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw).
Appellante voerde aan dat haar noodzakelijke kosten van het bestaan hoger waren dan de norm en dat zij woonlasten en kosten voor eten en drinken betaalde aan haar schoonouders, ondersteund door verklaringen van familieleden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond wegens onvoldoende bewijs van de kosten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bestuursorgaan een grondig onderzoek had moeten verrichten naar de individuele situatie van appellante en de noodzakelijke bestaanskosten, waaronder de vraag of zelfstandige huisvesting noodzakelijk is. Het vaste bedrag voor jongmeerderjarigen zonder individuele toetsing is onjuist. Het ontbreken van een dergelijk onderzoek leidt tot vernietiging van het besluit. De Raad beveelt een nieuw besluit met inachtneming van deze overwegingen en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de gemeente wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een adequaat onderzoek naar de noodzakelijke bestaanskosten van appellante.