ECLI:NL:CRVB:2002:AE5029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- A. Beuker-Tilstra
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinair ontslag wegens plichtsverzuim door manipulatie parkeerautomaten
Appellant was sinds 1987 werkzaam bij de Dienst Parkeerbeheer en werd beschuldigd van plichtsverzuim nadat bleek dat zijn auto op twee dagen was geparkeerd met dagkaarten die afkomstig waren van parkeerautomaten waarvan de tijdregistratie was gemanipuleerd. Appellant verklaarde dat hij zijn auto had uitgeleend aan zijn broer, die de kaarten van derden had gekocht.
De Raad stelde vast dat de verklaringen van appellant en zijn broer ongeloofwaardig waren en dat voldoende bewijs aanwezig was dat appellant zelf de auto had geparkeerd met de frauduleuze kaarten. Uit het onderzoek bleek dat appellant op de dagen van de manipulaties werkzaamheden aan de betreffende parkeerautomaten had verricht.
De Raad oordeelde dat het plichtsverzuim appellant toerekenbaar was en dat het ontslag niet onevenredig was gezien zijn zelfstandige positie als monteur. Ook werd het beroep op het sepot van de politie verworpen omdat het bestuursorgaan zelfstandig tot een ander oordeel kon komen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het eerdere besluit tot ontslag en de weigering van een uitkering. Er werden geen gronden geconstateerd voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens plichtsverzuim wordt bevestigd.