ECLI:NL:CRVB:2002:AE5573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.M. Schelfhout
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot sollicitatie voorafgaand aan werkloosheid en korting WW-uitkering
Appellant was werkzaam als leerling-kelner en kreeg op 20 april 1998 te horen dat zijn contract niet werd verlengd, met als laatste werkdag diezelfde dag. Hij diende op 28 april 1998 een aanvraag in voor een WW-uitkering. Gedaagde stelde een korting van 20% op de uitkering in vanwege onvoldoende sollicitatie-inspanningen voorafgaand aan de werkloosheid.
Appellant voerde aan dat hij niet wist dat hij al moest solliciteren voordat hij werkloos was en dat hij tijdens zijn vakantie niet hoefde te solliciteren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellant dat de sollicitatieplicht niet zou gelden voorafgaand aan werkloosheid en dat hij ongelijk werd behandeld ten opzichte van werklozen die tijdens vakantie vrijgesteld zijn.
De Raad overwoog dat de sollicitatieplicht uit artikel 24 van Pro de WW ook geldt voor de periode voorafgaand aan werkloosheid wanneer iemand weet of redelijkerwijs kan begrijpen dat hij werkloos zal worden. Appellant had onvoldoende sollicitatieactiviteiten verricht in de periode tussen 21 april en 7 mei 1998. Wel achtte de Raad de verwijtbaarheid verminderd, waardoor de korting op de uitkering werd teruggebracht naar 10% gedurende 16 weken.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat gedaagde een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten van appellant in beide instanties.
Uitkomst: De Raad vernietigt het bestreden besluit en vermindert de korting op de WW-uitkering van 20% naar 10% gedurende 16 weken.