ECLI:NL:CRVB:2005:AU3985
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatregel korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitaties
Appellante was werkzaam als medewerker verzorging en meldde zich ziek op 21 november 2001. Na een arbeidsdeskundig gesprek op 11 november 2002 bleek zij minder dan 15% arbeidsongeschikt en kreeg zij geen WAO-uitkering, maar een WW-uitkering vanaf 20 november 2002. Gedaagde legde een maatregel op van 20% korting op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten in de periode voorafgaand aan de WW-datum.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante niet eerder dan 26 november 2002 door gedaagde was gewezen op de verplichting om ook bij andere werkgevers te solliciteren. Voor die datum was het niet duidelijk dat zij daartoe verplicht was, mede omdat zij nog een arbeidsovereenkomst had en pogingen deed bij haar werkgever passend werk te vinden.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en het besluit waarin de maatregel was opgelegd. Tevens veroordeelde de Raad gedaagde in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt vergoed. Hiermee werd de korting op de WW-uitkering onterecht opgelegd en teruggedraaid.
Uitkomst: De maatregel van 20% korting op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitaties wordt vernietigd.