ECLI:NL:CRVB:2002:AE5844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsgeschiktheid en toepasselijkheid Ziektewet bij werkloosheid en ziekte
Gedaagde was administratief kracht bij een tegelzetbedrijf en nam ontslag wegens gebrek aan werk. Na een korte periode als verkoopster in een groentewinkel, die zij niet kon volhouden, werd zij ziek gemeld wegens migraine en kreeg zij een werkloosheidsuitkering. Het UWV beëindigde het ziekengeld per 23 maart 1998, omdat zij volgens een verzekeringsarts geschikt werd geacht voor arbeid met een acceptabel verzuimrisico.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met de feitelijke omstandigheden en de maatstaf van 'zijn arbeid' zoals bedoeld in artikel 19 van Pro de Ziektewet. De Raad overweegt dat het UWV ten onrechte is uitgegaan van passende arbeid in plaats van de laatstelijk feitelijk verrichte arbeid en onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de werkomstandigheden en de mogelijkheid tot terugkeer.
De Raad bevestigt de vernietiging van het besluit en wijst erop dat het UWV een nieuwe beslissing moet nemen met inachtneming van de juiste maatstaf. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van gedaagde en wordt een recht geheven op het UWV.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het nemen van een nieuwe beslissing.