ECLI:NL:CRVB:2002:AE5912
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.M. Schelfhout
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over korting WW-uitkering wegens Renteniersplan
Appellant, voormalig organisatieadviseur, maakte gebruik van de WW-uitkering en had een Renteniersplan waarbij hij kon kiezen tussen een tijdelijk pensioen en een extra levenslang pensioen. Na een definitieve keuze voor het tijdelijk pensioen per april 1998 zag appellant zich gedwongen deze keuze terug te draaien vanwege de korting op zijn WW-uitkering. Het UWV legde een maatregel op wegens benadeling van het Werkloosheidsfonds.
De rechtbank oordeelde dat appellant door zijn handelen het fonds heeft benadeeld en bevestigde de maatregel van 30% korting op het deel van de uitkering dat niet werd uitbetaald. Appellant stelde in hoger beroep dat hij geen benadelingshandeling pleegde en dat de maatregel onterecht was berekend op het tijdelijke pensioen in plaats van het extra levenslang pensioen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant bewust had gekozen voor het tijdelijk pensioen en dat de wijziging van die keuze werd ingegeven door de korting op de WW-uitkering. Er was sprake van verwijtbaarheid en geen dringende reden om af te zien van de maatregel. De Raad vernietigde het deel van de uitspraak over proceskosten en griffierecht en veroordeelde het UWV tot vergoeding daarvan.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellant het Werkloosheidsfonds heeft benadeeld en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.