ECLI:NL:CRVB:2006:AZ6119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over overneming buitengerechtelijke incasso- en proceskosten WW
Appellant was van 1 juli 2001 tot 2 januari 2003 in dienst bij een werkgever die failliet werd verklaard. De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van achterstallig loon, vakantietoeslag, niet-genoten vakantiedagen en buitengerechtelijke incasso- en proceskosten. Het UWV nam de achterstallige loonbetalingen over, maar weigerde de incasso- en proceskosten over te nemen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het besluit ongegrond, omdat de kosten feitelijk door de vakbond werden gedragen en appellant deze niet zelf hoefde te betalen. De Raad oordeelt dat deze kosten als loon in de zin van artikel 67 WW Pro moeten worden aangemerkt en dat het UWV deze kosten dient over te nemen indien de werkgever niet kan betalen.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak voor zover deze de weigering tot overneming van de incasso- en proceskosten betreft. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij ook het verzoek tot vergoeding van renteschade moet worden betrokken. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd voor zover het buitengerechtelijke incasso- en proceskosten niet overneemt en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.