ECLI:NL:CRVB:2002:AE6759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.M. Schelfhout
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van maatregelen Ziektewet en Werkloosheidswet bij beëindiging dienstverband wegens verstoorde arbeidsverhouding
Appellant was jarenlang vrachtwagenchauffeur en werd in december 1996 op staande voet ontslagen, waarna hij zich ziek meldde. Na een gerechtelijke procedure werd de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding, waarbij appellant een schadevergoeding ontving. Gedaagde kende appellant ziekengeld toe met een maatregel wegens benadelingshandeling en een WW-uitkering met een maatregel wegens verwijtbare werkloosheid.
Appellant stelde in hoger beroep dat geen sprake was van benadelingshandeling en verwijtbare werkloosheid, onder meer omdat zijn arbeidsongeschiktheid situationeel was en de werkgever nalatig was in loonbetaling. De rechtbank had de beroepen ongegrond verklaard en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad overwoog dat appellant zelf het initiatief tot beëindiging nam terwijl hij arbeidsongeschikt was, en dat de arbeidsongeschiktheid verband hield met een ernstig verkeersongeval. Ook was er geen bewijs dat voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs niet van appellant kon worden gevergd. De maatregelen zijn daarom terecht opgelegd en gematigd vanwege de gedeelde schuld aan de arbeidsverhouding. De Raad ziet geen dringende redenen om van de maatregelen af te zien en bevestigt de bestreden uitspraken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de beroepen tegen de maatregelen op grond van de Ziektewet en Werkloosheidswet wegens verwijtbare werkloosheid.