ECLI:NL:CRVB:1998:AA8998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.A. Hoogeveen
- R.A.F. de Guasco
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering ziekengeld wegens vermeende benadeling wachtgeldfonds
Appellant was sinds april 1996 in vaste dienst als chauffeur en had zijn dienstverband per 31 december 1996 opgezegd om per 6 maart 1997 bij een ander bedrijf te beginnen. Tijdens de tussenliggende periode werd hij arbeidsongeschikt door een verkeersongeval en maakte aanspraak op ziekengeld. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) weigerde het ziekengeld op grond van artikel 45 lid 1 sub j Ziektewet Pro, omdat appellant door zijn ontslag zonder aansluitend dienstverband het wachtgeldfonds zou hebben benadeeld.
De Raad stelde vast dat het besluit van Lisv tot weigering van ziekengeld zonder een deugdelijk onderzoek en zonder appellant te horen tot stand was gekomen, in strijd met artikel 3:2 en Pro 4:16 Awb. Inhoudelijk oordeelde de Raad dat de wetgever met de benadelingshandeling vooral situaties bedoelde waarin de werknemer zijn recht op loon prijsgeeft terwijl het arbeidsongeschiktheidsrisico al is ingetreden. Appellant had echter geen aansluitend dienstverband, maar ook geen verband met werkloosheid of verwijtbaar gedrag dat als benadeling kon worden aangemerkt.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank die dit in stand hield, en bepaalde dat Lisv een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek van appellant tot schadevergoeding werd afgewezen. Tevens werd Lisv veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van ziekengeld wegens vermeende benadeling van het wachtgeldfonds wordt vernietigd en Lisv moet een nieuw besluit nemen.