ECLI:NL:CRVB:2002:AE6847
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake WAO-uitkeringsweigering wegens onvolledige beoordeling
Deze zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en een gedaagde over de weigering van een WAO-uitkering. De gedaagde had haar werkzaamheden gestaakt wegens gezondheidsklachten na een verkeersongeval en later door bekkeninstabiliteit tijdens zwangerschap. Het UWV weigerde de uitkering op grond van artikel 43a van de WAO.
De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van de gedaagde gegrond omdat het UWV alleen een medische beoordeling had gedaan en geen arbeidskundige aspecten had betrokken, en omdat het niet had beslist over het recht op uitkering na de wachttijd van 52 weken. Het UWV ging in hoger beroep tegen het oordeel over de wachttijd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht alleen het bezwaar tegen het besluit op grond van artikel 43a van de WAO heeft heroverwogen, omdat de wachttijd van 52 weken op dat moment nog niet was verstreken. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het UWV verplichtte ook de aanspraak na de wachttijd te beoordelen. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing over de aanspraak na de wachttijd.
Uitkomst: De Centrale Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het UWV verplicht om ook over de aanspraak na de wachttijd van 52 weken te beslissen.