ECLI:NL:CRVB:2002:AE6887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Vergoeding bedrijfsongeval brandweerman na afstaan persoonlijke beschermingsmiddelen aan slachtoffers
Appellant, een brandweerman in dienst van de gemeente Rotterdam, kreeg op 25 december 1996 ademhalingsproblemen tijdens blus- en reddingsactiviteiten. Hij vroeg vergoeding voor de medische kosten, maar het College van burgemeester en wethouders weigerde dit omdat het incident niet als dienstongeval werd aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant voldoende belang had bij de zaak en dat zijn klachten in overwegende mate te wijten waren aan de aard van zijn werkzaamheden. Hoewel appellant zijn persoonlijke beschermingsapparatuur aan twee kinderen in ademnood had gegeven, wat in strijd was met het uitgangspunt dat brandweermannen hun beschermingsmiddelen niet aan derden mogen afstaan, was dit onder de uitzonderlijke omstandigheden niet verwijtbaar.
De Raad vond dat het ontbreken van een uitdrukkelijk schriftelijk verbod en de noodzaak om levensbedreigende situaties op te heffen, het handelen van appellant rechtvaardigden. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd en het College werd opgedragen opnieuw te beslissen. Tevens werd het College veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en het College wordt opgedragen opnieuw te beslissen, met vergoeding van proceskosten aan appellant.