ECLI:NL:CRVB:2002:AE7039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- M.M. van der Kade
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vermindering wachtgeld op grond van Rijkswachtgeldbesluit 1959
Appellant, voormalig medewerker van de Immigratie- en Naturalisatiedienst en zelfstandig management consultant, kreeg op grond van het Rijkswachtgeldbesluit 1959 wachtgeld toegekend na eervol ontslag. Gedaagde verrekende inkomsten uit zijn consultancywerkzaamheden over januari 2000 met het wachtgeld en paste een vermindering toe van f 377,63, wat appellant betwistte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn inkomsten onregelmatig zijn en niet per maand, maar over een langere periode moeten worden beoordeeld. De Raad overwoog dat artikel 9, tweede lid, van het Rijkswachtgeldbesluit voorziet in een regeling voor dergelijke situaties waarin inkomsten over een langere termijn berekend moeten worden.
De Raad oordeelde dat gedaagde ten onrechte alleen de inkomsten over januari 2000 als basis voor verrekening heeft genomen en dat een voorlopige vermindering onder voorbehoud van verrekening over een langere periode had moeten worden toegepast. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en gedaagde wordt opgedragen opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot vermindering van het wachtgeld wordt vernietigd en gedaagde dient opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van de uitspraak.