ECLI:NL:CRVB:2002:AE7138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing in hoger beroep over premiedifferentiatie WAO en medische gegevens
De zaak betreft hoger beroep van [bedrijfsnaam] B.V. tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) inzake de herziening van een WAO-uitkering van een werknemer en de vaststelling van de premiedifferentiatie. De Raad constateerde dat in eerste aanleg de procedure in strijd was met artikel 6 EVRM Pro, omdat medische aspecten werden besproken zonder aanwezigheid van de gemachtigde van appellante, wat de fair trial schond.
De Raad oordeelde dat deze schending in hoger beroep hersteld kan worden, maar dat het geding terug moet naar de rechtbank om verdere behandeling in twee instanties mogelijk te maken. Daarnaast stelde de Raad dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over de toepassing van artikel 4, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit premiedifferentiatie WAO, met name over de splitsing van arbeidsongeschiktheid naar oorzaak.
De Raad vernietigde het bestreden vonnis en wees de zaak terug naar de rechtbank Almelo voor een nieuwe beslissing. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv voorwaardelijk in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het griffierecht aan appellante wordt vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van correcte procedurele behandeling en juiste toepassing van premiedifferentiatieregels.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het bestreden vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank met veroordeling van het Uwv in proceskosten en vergoeding van griffierecht.