ECLI:NL:CRVB:2005:AU8262
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over korting WW-uitkering bij tijdelijke aanstelling
In deze zaak stond de vraag centraal of bij een tijdelijke aanstelling van minder dan vijf uur per week de korting op de WW-uitkering moet worden berekend op basis van het arbeidsurenverlies of volgens artikel 35 van Pro de Werkloosheidswet (WW). Gedaagde was naast haar vaste dienstverband tijdelijk werkzaam voor een aantal uren per week. De uitkeringsinstantie had de WW-uitkering gekort met het aantal uren van de tijdelijke aanstelling, maar de rechtbank oordeelde dat dit onjuist was en dat de korting op 70% van het nieuwe inkomen had moeten worden berekend.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte artikel 35 WW Pro had toegepast en dat het arbeidsurenverlies als uitgangspunt moest gelden, waarbij ook de uren van het vaste dienstverband betrokken moesten worden. De Centrale Raad van Beroep volgde echter de rechtbank en overwoog dat bij herziening van de WW-uitkering na hervatting van arbeid onder de drempel van vijf of de helft van de arbeidsuren, artikel 35 WW Pro van toepassing is. Dit betekent dat alleen de nieuw gewerkte uren relevant zijn voor de korting.
De Raad benadrukte het onderscheid tussen de vaststelling van het recht op WW-uitkering en de herziening daarvan bij hervatting van arbeid. De uitspraak bevestigt dat bij een tijdelijke aanstelling met minder dan vijf uren per week de korting op de WW-uitkering volgens artikel 35 WW Pro moet worden toegepast. De Raad veroordeelde appellant tevens tot vergoeding van de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak dat de korting op de WW-uitkering volgens artikel 35 WW moet worden toegepast bij een tijdelijke aanstelling onder de vijf uur per week.