ECLI:NL:CRVB:2002:AE8894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- J.Th. Wolleswinkel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt afwijzing bezwaar tegen stopzetting arbeidsongeschiktheidsuitkering
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering per 1 januari 1997 stop te zetten vanwege inkomsten uit arbeid. De rechtbank Utrecht oordeelde dat het bezwaar tegen dit besluit niet tijdig was ingediend en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte over de tijdigheid van het bezwaar had geoordeeld.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het bestuursorgaan het faxbericht van 16 december 1998 terecht als een tijdig bezwaarschrift mocht aanmerken. De Raad vernietigt daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde en behandelt het bezwaar zelf inhoudelijk. De Raad oordeelt dat het UWV bij de vaststelling van het maatmaninkomen en de mate van arbeidsongeschiktheid het juiste systeem heeft toegepast en dat het bezwaar ongegrond is.
Verder bevestigt de Raad dat de besluiten tot terugvordering en weigering van herziening rechtmatig zijn genomen. Het verzoek van appellant tot schadevergoeding wordt afgewezen. De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van de proceskosten van appellant in hoger beroep en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het stopzetten van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt ongegrond verklaard en het beroep wordt afgewezen.