ECLI:NL:CRVB:2002:AF0464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.H. van Kreveld
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ongeschiktheid anders dan ziels- of lichaamsgebreken
Appellant was medewerker en had vanaf oktober 1995 ziekteverlof wegens situatieve arbeidsongeschiktheid gerelateerd aan onvrede over een beoordeling en gebrek aan vertrouwen in zijn chef. Pogingen van de werkgever tot herplaatsing en regeling van werkzaamheden leidden niet tot terugkeer. In 1997 werd een ontslagvoornemen aangekondigd, maar later ingetrokken om herplaatsing te proberen. Appellant meldde zich ziek en toonde geen belangstelling voor aangeboden functies.
Na een voornemen tot ontslag op grond van artikel 98 ARAR Pro wegens ongeschiktheid anders dan ziels- of lichaamsgebreken, verleende de werkgever het ontslag per 1 mei 1999. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard en de rechtbank wees zijn beroep af. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad oordeelde dat de werkgever voldoende inspanningen had verricht om herplaatsing mogelijk te maken, maar dat appellant onredelijke eisen stelde en geen actieve medewerking verleende. De Raad vond dat de werkgever terecht tot ontslag kon overgaan op grond van ongeschiktheid anders dan wegens ziels- of lichaamsgebreken en dat er geen onrechtmatigheid was in de procedure of motivering van het besluit.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ongeschiktheid anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken wordt bevestigd.