ECLI:NL:CRVB:2002:AF1411
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- Ch. de Vrey
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schadevergoeding wegens onrechtmatige inschrijving ziekenfondsverzekering
Appellant was onterecht ingeschreven als ziekenfondsverzekerde gedurende de periode van 1 mei tot 26 juni 2000, nadat zijn dienstverband was geëindigd. Hij stelde dat zijn werkgever hem had afgemeld en dat hij de verzekeringsvoorwaarden niet had ontvangen, maar de Raad oordeelde dat hij zelf tijdig de beëindiging van zijn inschrijving had moeten melden conform artikel 14 van Pro het Inschrijvingsbesluit.
De rechtbank had het bezwaar van appellant tegen de schadevergoeding van f 415,98 ongegrond verklaard, omdat appellant niet tijdig had voldaan aan zijn informatieplicht en de schadevergoeding forfaitair was vastgesteld volgens artikel 22 van Pro het Inschrijvingsbesluit. De Raad vond geen reden om dit oordeel te wijzigen.
Appellant voerde aan dat matiging of kwijtschelding van de vordering op grond van zijn lage inkomen en schulden moest plaatsvinden, maar kon dit niet aannemelijk maken. Ook de stelling dat verweerder maandelijks de inschrijvingen had moeten controleren werd verworpen, aangezien controles eenmaal per vijf jaar verplicht zijn.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de schadevergoeding terecht is vastgesteld en gevorderd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de opgelegde schadevergoeding wegens onrechtmatige inschrijving in de ziekenfondsverzekering.