ECLI:NL:CRVB:2002:AF1655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding termijn bij kinderbijslag
Appellant werd de kinderbijslag voor zijn zoon over het vierde kwartaal van 1999 ontzegd door de Sociale Verzekeringsbank. Na een bezwaarprocedure werd het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de beroepstermijn.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de beroepstermijn niet was gestart omdat het bestreden besluit niet in het Frans was toegezonden, terwijl eerdere correspondentie wel in het Frans was gevoerd. Hij beriep zich op artikel 6 EVRM Pro dat vereist dat een rechtzoekende kennis moet kunnen nemen van een uitspraak voordat hij de rechter kan benaderen.
De Raad oordeelde dat de beroepstermijn terecht was aangevangen op 11 april 2000, omdat appellant gebruik kon maken van een Nederlandse vertaling en ondersteuning van een stichting. De Raad vond geen reden om de termijnoverschrijding te verontschuldigen en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de ontzegging van kinderbijslag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.