ECLI:NL:CRVB:2002:AF1677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- W.M. Levelt-Overmars
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit vermogensvaststelling bij Algemene bijstandswet na heronderzoek
Appellanten ontvingen vanaf juni 1996 een bijstandsuitkering volgens de Algemene bijstandswet, berekend naar de norm voor gehuwden. Na een heronderzoek werd de uitkering omgezet in een geldlening onder verband van krediethypotheek, waarvan de hoogte en ingangsdatum onderwerp van geschil waren.
De rechtbank had het besluit van 14 juli 1998 deels vernietigd vanwege de ingangsdatum, maar het overige besluit bevestigd. Appellanten gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak en tegen het nieuwe besluit van 31 maart 2000, waarin de ingangsdatum van de lening werd vastgesteld op 7 juli 1997.
De kern van het geschil betrof de vraag of bij de vermogensvaststelling rekening gehouden moest worden met een schuldenlast van 62.000 gulden. De Raad oordeelde dat schulden alleen in aanmerking kunnen worden genomen indien het bestaan en de terugbetalingsverplichting voldoende aannemelijk zijn. Omdat de terugbetalingsverplichtingen afhankelijk waren gesteld van onzekere toekomstige gebeurtenissen, kon geen sprake zijn van een daadwerkelijke verplichting.
Ook andere door appellanten gestelde schulden werden niet erkend vanwege onvoldoende bewijs van daadwerkelijke terhandstelling en aflossingen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het besluit van 31 maart 2000 wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.