ECLI:NL:CRVB:2002:AF2288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ambtenarenstatus bij detachering en rechtszekerheidsbeginsel
Appellant was sinds 1980 ambtenaar bij de gemeente Eindhoven en werd in 1991 gedetacheerd bij een stichting, waarbij hij zijn ambtenarenstatus zou behouden. Na ziekte werd zijn bezoldiging in 1993 verlaagd, wat hij later met terugwerkende kracht ongedaan wilde maken. Dit verzoek werd afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant volgens een eerdere uitspraak van de Raad vanaf 1993 geen ambtenaar meer zou zijn.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij zijn ambtenarenstatus had behouden, mede omdat de gemeente hem salaris bleef betalen en rechtspositionele besluiten bleef nemen. De Raad overwoog dat de rechtszekerheid vereist dat nieuwe uitleg van wettelijke voorschriften wordt gevolgd, tenzij belangen te zeer in het gedrang komen. De Raad vond dat de gemeente zich jegens appellant bleef gedragen alsof hij ambtenaar was, waardoor het rechtszekerheidsbeginsel niet werd geschonden.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens oordeelde de Raad dat de bezoldigingsverlaging rechtens onaantastbaar was, en dat de werkomstandigheden van appellant niet objectief als abnormaal of excessief konden worden aangemerkt. De Raad wees een proceskostenveroordeling af en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Appellant behoudt zijn ambtenarenstatus ondanks detachering; beroep wordt ongegrond verklaard.