ECLI:NL:CRVB:2002:AF2376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- Ch. de Vrey
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding behandeling Bonati Institute wegens experimenteel karakter
Appellante vroeg toestemming voor vergoeding van een behandeling in het Bonati Institute in de VS wegens recidiverende rugklachten. Gedaagde weigerde deze toestemming omdat de behandeling experimenteel is en niet gebruikelijk binnen de Nederlandse beroepsgroep. De Commissie voor beroepszaken van de voormalige Ziekenfondsraad en de rechtbank verklaarden het bezwaar en beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de behandeling wel degelijk gebruikelijk is en dat er voldoende buitenlandse wetenschappelijke artikelen bestaan. De Raad overwoog dat de beoordeling zich beperkt tot het tijdvak van de aanvraag en dat de behandeling niet gebruikelijk was in Nederland. Er was onvoldoende wetenschappelijk bewijs over de effectiviteit en de methode werd niet openbaar gemaakt.
De Raad concludeerde dat gedaagde terecht de vergoeding weigerde en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er was geen sprake van onzorgvuldigheid in de voorbereiding van het besluit en het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet.
Uitkomst: De vergoeding voor de behandeling in het Bonati Institute wordt geweigerd omdat deze niet gebruikelijk is binnen de Nederlandse beroepsgroep en experimenteel van aard is.