ECLI:NL:CRVB:2002:AF3215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht en terugvordering WW-uitkering bij koerierswerk zonder dienstbetrekking
Appellant verrichtte in de jaren 1995-1997 koerierswerkzaamheden op basis van een vervoersovereenkomst en ontving een vergoeding van 0,56 gulden per kilometer. Gedaagde stelde dat er sprake was van verzekeringsplicht op grond van de Ziektewet, Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en Werkloosheidswet, maar dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de vergoeding niet als loon kon worden aangemerkt.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de vergoeding wel loon was, omdat deze voldoende was om in zijn onderhoud te voorzien en niet alleen een kostenvergoeding betrof. De Raad oordeelde echter dat de vergoeding een gebruikelijke onkostenvergoeding was, lager dan het forfaitaire bedrag dat volgens ministeriële regeling geldt, en derhalve niet als loon kan worden beschouwd. Ook werd bevestigd dat er geen sprake was van een fictieve dienstbetrekking.
Daarnaast werd de terugvordering van een onverschuldigd betaalde WW-uitkering over de periode 1 januari tot 2 maart 1998 bevestigd. De Raad vond dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een dringende reden was om van terugvordering af te zien en wees op het voorschotkarakter van de uitkering. De aangevallen uitspraken werden bevestigd.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellant geen dienstbetrekking had en dat de terugvordering van de WW-uitkering terecht is.