ECLI:NL:CRVB:2002:AF3219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt uitspraak over gedifferentieerde WAO-premie en wijst zaak terug naar rechtbank
Appellante betwistte de vaststelling van de gedifferentieerde premie WAO over 1998, omdat één ex-werknemer ten tijde van arbeidsongeschiktheid niet meer in dienst was en zij zich niet kon verzetten tegen de toekenning van de WAO-uitkeringen aan haar ex-werknemers. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank de inhoudelijke beoordeling van de WAO-uitkering aan de ex-werknemer had moeten doen.
De Raad overwoog dat de gedifferentieerde premie terecht was vastgesteld op basis van uitkeringen die ten laste kwamen van de Arbeidsongeschiktheidskas, ook voor uitkeringen ingegaan vóór 1 januari 1998. Appellante stelde dat dit in strijd was met artikel 6 EVRM Pro, omdat zij geen beroep kon instellen tegen eerdere besluiten. De Raad gaf haar hierin gelijk en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank Maastricht voor verdere behandeling. Tevens werd gedaagde voorwaardelijk veroordeeld in de proceskosten van appellante en werd bepaald dat het griffierecht aan appellante wordt vergoed. Hiermee onderstreept de Raad het belang van een volledige en zorgvuldige beoordeling van de premievaststelling en de rechten van werkgevers in dit kader.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor inhoudelijke beoordeling van de WAO-uitkering, met veroordeling van het UWV in proceskosten en vergoeding van griffierecht.