ECLI:NL:CRVB:2003:AF5485
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- Th.G.M. Simons
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstand na boedelscheiding met verrekening alimentatievordering
Appellante ontving bijstand over de periode van 1993 tot 1997 en had een alimentatievordering op haar ex-echtgenoot die door verrekening met een inboedelvordering teniet was gegaan. De gemeente Gouda vorderde de kosten van de bijstand terug, stellende dat appellante over middelen beschikte, waaronder de alimentatie en de waarde van de inboedel.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante niet kon beschikken over de alimentatievordering vanwege de verrekening en dat de waarde van de inboedel niet correct was vastgesteld. De forfaitaire benadering van de gemeente was onvoldoende onderbouwd.
De Raad stelt dat de waarde van de inboedel moet worden vastgesteld op basis van objectieve gegevens en dat het deel dat als algemeen gebruikelijk en noodzakelijk kan worden beschouwd, individueel moet worden beoordeeld. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit met inachtneming van deze criteria. Tevens worden de proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd en de gemeente moet een nieuw besluit nemen met correcte waardering van de inboedel.