ECLI:NL:CRVB:2006:AV3011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- G.A.J. van den Hurk
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstandsuitkering na verkoop echtelijke woning en peildatum vaststelling middelen
Appellante ontving vanaf 1980 bijstand na verbreking van samenwoning met haar echtgenoot. De echtscheiding werd ingeschreven op 26 november 1984, waarna zij aanspraak had op haar deel van de onverdeelde huwelijksgemeenschap, waaronder de echtelijke woning. In 2001 ontving zij een bedrag uit de verkoop van deze woning, dat als in aanmerking te nemen vermogen werd aangemerkt.
De gemeente Stein blokkeerde de uitkering vanaf juli 2001 en stelde de bijstand tijdelijk niet betaalbaar, wat tot bezwaar leidde. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de voortzetting van de bijstand niet-ontvankelijk, maar de Raad oordeelde dat appellante hier wel belang bij had. De Raad verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan.
De terugvordering betrof kosten van bijstand over de periode 1984 tot 1992, waarbij de gemeente het bedrag van de middelen corrigeerde met vrijstellingen en interingsbedragen. De Raad bevestigde de bevoegdheid tot terugvordering op grond van artikel 59, tweede lid, ABW en verwierp het beroep tegen het besluit van 18 oktober 2005. De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 18 oktober 2005 wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand wordt bevestigd.