ECLI:NL:CRVB:2003:AF5806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- Ch.J.G. Olde Kalter
- Rechtspraak.nl
Geen recht op Ziektewetuitkering wegens tijdelijke urenuitbreiding geen aparte arbeidsovereenkomst
De zaak betreft vijf werknemers die in deeltijd bij PTT Post werkzaam waren en tijdelijk meer uren gingen werken in het kader van een reorganisatie. Deze tijdelijke uitbreiding eindigde per 1 april 1999. Gedurende deze periode waren zij ziek en ongeschikt tot werken. De werkgever betaalde tot 1 april 1999 het loon over het uitgebreide aantal uren, daarna alleen over het vaste aantal uren. De werknemers vorderden bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) een Ziektewetuitkering over de urenuitbreiding.
De rechtbanken hadden geoordeeld dat de tijdelijke urenuitbreiding als een aparte arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd moest worden gezien, waardoor de dienstbetrekking eindigde en recht op Ziektewetuitkering ontstond. Het Uwv was het hier niet mee eens en ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overweegt dat er geen sprake is van een tweede dienstbetrekking omdat de werkzaamheden in de extra uren niet wezenlijk verschillen van de vaste uren en dezelfde arbeidsvoorwaarden gelden. De tijdelijke uitbreiding maakt deel uit van de bestaande arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Omdat die arbeidsovereenkomst niet is geëindigd, is artikel 29, tweede lid, onder c, van de Ziektewet niet van toepassing en bestaat er geen recht op ziekengeld.
De aangevallen uitspraken worden vernietigd en de beroepen van het Uwv worden ongegrond verklaard. De Raad bevestigt hiermee dat een tijdelijke urenuitbreiding binnen dezelfde arbeidsovereenkomst geen aanleiding geeft tot Ziektewetuitkering bij beëindiging van die uitbreiding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de eerdere uitspraken en verklaart de beroepen van het Uwv ongegrond omdat de tijdelijke urenuitbreiding geen aparte arbeidsovereenkomst vormt en geen recht op Ziektewetuitkering geeft.