Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
M.C. Bruning als leden, in tegenwoordigheid van S. Pouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2024.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene werkte als doktersassistente met meerdere arbeidsovereenkomsten bij dezelfde werkgever, waaronder een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en een tijdelijke voor bepaalde tijd. Het UWV weigerde ziekengeld toe te kennen per 2 maart 2020 omdat volgens hen geen sprake was van twee naast elkaar bestaande dienstbetrekkingen.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat er wel sprake was van meerdere dienstbetrekkingen, omdat partijen afzonderlijke rechtsgevolgen aan de verschillende arbeidsovereenkomsten hadden verbonden. Het UWV ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de tijdelijke uitbreiding van uren niet leidde tot een aparte dienstbetrekking, omdat de werkzaamheden niet wezenlijk verschilden en er geen verschillende arbeidsvoorwaarden golden. De bedoeling van partijen om aparte dienstbetrekkingen aan te gaan bleek niet uit de feiten en omstandigheden. Hierdoor was er geen beëindiging van een dienstbetrekking per 2 maart 2020 en bestond geen recht op ziekengeld.
Betrokkene stelde dat zij op grond van twee arbeidsovereenkomsten verzekerd was, maar de Raad benadrukte dat artikel 29 ZW Pro een limitatieve opsomming bevat van situaties waarin ziekengeld wordt uitgekeerd. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waarmee de weigering van ziekengeld door het UWV in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de weigering van ziekengeld door het UWV blijft in stand.