ECLI:NL:CRVB:2003:AF6064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet
Gedaagde ontving een nabestaandenuitkering die op onjuiste inkomensgegevens was gebaseerd. Appellant herzag de uitkering met terugwerkende kracht en vorderde onverschuldigde bedragen terug. Gedaagde stelde dat zij steeds wijzigingen had doorgegeven en op het vertrouwen mocht dat de uitkering correct was.
De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond en oordeelde dat de herziening onjuist was vastgesteld en onvoldoende gemotiveerd. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep overwogen dat appellant terecht heeft vastgesteld dat het inkomen onjuist was berekend en dat gedaagde niet alle wijzigingen tijdig had gemeld.
De Raad oordeelde dat appellant de herziening en terugvordering mocht uitvoeren, maar dat de berekening bij het primaire besluit onjuist was en dat appellant de herziening zorgvuldiger had moeten voorbereiden. Ook werd bevestigd dat de overhevelingstoeslag volledig tot het inkomen behoort.
De Raad vernietigde het deel van de uitspraak dat appellant tot betaling van proceskosten veroordeelde, omdat gedaagde geen professionele rechtsbijstand had ingeschakeld. De Raad bevestigde het overige en bepaalde dat appellant een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt bevestigd met correcties en appellant moet een nieuw besluit nemen; de proceskostenveroordeling wordt vernietigd.