ECLI:NL:CRVB:2003:AF6660
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht interimmanagers op grond van tussenkomstregeling sociale verzekeringswetten
Appellante, een dienstverlener op het gebied van interimmanagement en beleidsadvisering, werd geconfronteerd met een correctienota van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) waarin premies werden vastgesteld over betalingen aan interimmanagers in 1996. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond, maar wel verzekeringsplichtige arbeidsverhoudingen volgens de tussenkomstregeling.
Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de verzekeringsplicht beperkte tot bepaalde betrokkenen en dat de interimmanagers zelfstandig ondernemers waren, waardoor verzekeringsplicht niet van toepassing zou zijn. Tevens verwees zij naar eerdere uitspraken en een beleidsbesluit van het Uwv.
De Raad oordeelde dat tussen appellante en de interimmanagers sprake is van verzekeringsplichtige arbeidsverhoudingen op grond van artikel 5, aanhef en onder d, van de ZW, WW en WAO juncto artikel 3 van Pro het Koninklijk Besluit. Het ontbreken van werkgeversgezag sluit een privaatrechtelijke dienstbetrekking uit, maar staat niet in de weg aan toepassing van de tussenkomstregeling. De Raad verwierp het beroep op het beleidsbesluit omdat dit pas vanaf 1 september 1998 van kracht is.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat appellante terecht premies verschuldigd is over de betalingen aan de interimmanagers in 1996. Hiermee werd de verzekeringsplicht bevestigd en het beroep van appellante ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante terecht premies verschuldigd is over de betalingen aan interimmanagers op grond van de tussenkomstregeling.