ECLI:NL:CRVB:2003:AF7521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- T.L. de Vries
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatmaninkomen en uitkeringskorting bij WSW-arbeid na herseninfarct
Gedaagde, na een herseninfarct arbeidsongeschikt verklaard met een WAO-uitkering gebaseerd op 80-100% arbeidsongeschiktheid, hervatte werk als tekstverwerkster in WSW-verband. Haar uitkering werd op nihil gesteld wegens een mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% na vergelijking van haar loon met het maatmaninkomen.
Gedaagde betoogde dat haar nieuwe bekwaamheden in aanmerking moesten worden genomen voor het maatmaninkomen, wat zou leiden tot een gedeeltelijke uitbetaling van de WAO-uitkering. Appellant stelde dat de nieuwe bekwaamheden benut werden in WSW-arbeid, waardoor een maatmanwisseling niet aan de orde was en de inkomsten blijvend moesten worden gekort volgens artikel 44 WAO Pro.
De rechtbank en de Raad onderschreven dat de WAO zich niet verzet tegen een maatmanwisseling van reguliere arbeid naar WSW-arbeid wanneer nieuwe bekwaamheden leiden tot een hoger inkomen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en veroordeelde appellant tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.