ECLI:NL:CRVB:2003:AH8576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling korting WAO-uitkering wegens WW-uitkering en afwijzing wettelijke rente
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en een gedaagde over de toepassing van een korting op de WAO-uitkering in verband met ontvangen WW-uitkeringen. De appellant had een korting toegepast op de WAO-uitkering over de periode 20 februari 1996 tot 15 juli 1996, omdat de gedaagde in die periode een WW-uitkering ontving. Tevens werd een terugvordering van WW-uitkering over een latere periode ingesteld.
De rechtbank had de korting over de eerste periode afgewezen en de terugvordering over de tweede periode gegrond verklaard. De appellant ging hiertegen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de korting op de WAO-uitkering rechtens juist was toegepast, mede gelet op de wettelijke bepalingen en de Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomsten uit arbeid. De Raad verwierp het bezwaar dat de WW-uitkering zonder titel zou zijn betaald en dat de korting in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel of het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad vernietigde daarmee het vonnis van de rechtbank en verklaarde de beroepen tegen de bestreden besluiten ongegrond. Er resteerde geen nabetalingsbedrag aan WAO-uitkering, zodat ook de vergoeding van wettelijke rente terecht was afgewezen. De uitspraak bevestigt de toepassing van anticumulatiebepalingen bij samenloop van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en WW-uitkeringen.
Uitkomst: De korting op de WAO-uitkering wegens ontvangen WW-uitkering is terecht toegepast en vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen.