ECLI:NL:CRVB:2003:AH8906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beëindiging proefplaatsing en ontslag wegens opheffing betrekking na reorganisatie
Appellant, werkzaam bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, werd wegens een reorganisatie herplaatst in een proefplaatsing van maximaal twee jaar als inspecteur Hoger Onderwijs. Deze proefplaatsing werd voortijdig beëindigd vanwege onvoldoende functioneren, waarna appellant eervol ontslag kreeg wegens opheffing van zijn betrekking.
Appellant stelde dat hij onvoldoende kans had gekregen om zich te bewijzen en dat gedaagde onvoldoende inspanningen had verricht om hem te herplaatsen. De Raad oordeelde dat de beëindiging van de proefplaatsing op goede gronden was gebaseerd op evaluaties van begeleiders en leidinggevenden, en dat appellant voldoende en adequaat was begeleid.
Verder concludeerde de Raad dat gedaagde had voldaan aan zijn verplichtingen op grond van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en het Sociaal Beleid Onderwijs en Wetenschappen door appellant een passende functie aan te bieden en een outplacementtraject te continueren. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de proefplaatsing en het eervol ontslag wegens opheffing van de betrekking.