ECLI:NL:CRVB:2003:AH9641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Consequenties onderbreking wachtjaar ziekenfondsverzekering bij WW-uitkering
De zaak betreft een geschil over de toepassing van het wachtjaar voor de ziekenfondsverzekering na een periode van arbeidsongeschiktheid en herleving van een WW-uitkering. Gedaagde was vanaf 3 december 1998 WW-uitkeringsgerechtigd, maar meldde zich ziek per 1 juli 1999. Na herstel per 9 augustus 1999 startte appellant een nieuw wachtjaar voor de Ziekenfondswetverzekering. De rechtbank oordeelde dat dit niet uit de wet volgde en vernietigde het besluit.
In hoger beroep stelt appellant dat de verzekeringssituatie op de dag voorafgaand aan de herleving van de WW-uitkering bepalend is, waardoor een nieuw wachtjaar start. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat artikel 3, eerste lid, onder a, sub 1, van de Zfw in samenhang met artikel 7 van Pro de Ziektewet dit bevestigt. De Raad wijst de uitspraak van de rechtbank en het verweer van gedaagde af.
De Raad benadrukt dat de wetswijziging van 16 juli 2001, die geen terugwerkende kracht heeft, beoogt de uitsluitingsregeling van de Zfw aan te laten sluiten bij de systematiek van de WW. Dit betekent dat een nieuwe uitsluitingstermijn pas begint bij het ontstaan van een nieuw recht op WW-uitkering, niet bij herleving na ziekte. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het besluit tot het opleggen van een nieuw wachtjaar wordt gehandhaafd.