ECLI:NL:CRVB:2003:AI0173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Weigering Ziektewetuitkering wegens ontbrekend voorafgaand besluit beëindiging verzekeringsplicht niet gerechtvaardigd
Appellant, een werknemer met de Marokkaanse nationaliteit, werd ziek tijdens een dienstverband dat voortduurde na 1 juli 1998, terwijl de verzekeringsplicht volgens de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen op die datum van rechtswege eindigde. Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), weigerde een Ziektewetuitkering omdat appellant niet rechtmatig verbleef en niet als werknemer werd beschouwd.
Appellant voerde aan dat hij verzekerd was tot 1 juli 1998, dat premies werden afgedragen en dat gedaagde hem niet had geïnformeerd over de beëindiging van de verzekeringsplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsplicht niet tijdig was beëindigd en dat appellant niet op de hoogte was gesteld, terwijl het risico van ziekte zich al had voorgedaan.
De Raad concludeerde dat het weigeren van de uitkering onrechtmatig was omdat de verzekeringsplicht alleen met een 'heden beslissing' kan worden beëindigd en dat de werknemer de gevolgen van de koppelingswet niet kan worden tegengeworpen. Het bestreden besluit werd vernietigd en gedaagde werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het terugbetalen van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de Ziektewetuitkering wordt vernietigd en gedaagde wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.