ECLI:NL:CRVB:2003:AI0620
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering onverschuldigd betaalde wachtgeld aan ambtenaar
Appellant, een gewezen ambtenaar, ontving wachtgeld terwijl zijn arbeidsongeschiktheidspercentage was vastgesteld op 80 tot 100, hetgeen volgens het Rijkswachtgeldbesluit 1959 geen recht op wachtgeld gaf. Na bezwaar werd vastgesteld dat appellant onverschuldigd wachtgeld had ontvangen over de periode van 15 februari 1997 tot en met december 1999.
De rechtbank vernietigde het terugvorderingsbesluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen, waarbij de terugvordering werd beperkt tot de periode na 14 februari 1997. Gedaagde stelde het terug te vorderen bedrag vast op €27.639,35. Appellant voerde aan dat de terugvordering onterecht was en dat hij mocht vertrouwen op de juistheid van verstrekte gegevens.
De Raad oordeelde dat voor terugvordering geen aparte beëindigingsbeslissing vereist is en dat appellant door het onjuist invullen van informatieformulieren toedoen heeft geleverd aan de onverschuldigde betaling. De zogenaamde zes-maandenjurisprudentie was niet van toepassing omdat appellant geen signalen had gegeven over te veel ontvangen betalingen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Hiermee blijft de terugvordering van het onverschuldigd betaalde wachtgeld in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot terugvordering van onverschuldigd betaalde wachtgelduitkeringen blijft in stand.