ECLI:NL:CRVB:2003:AI0627
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens niet-verzekerd verblijf
Betrokkene, een Turkse werknemer die sinds 1990 in Nederland werkte en in 1999 ziek uitviel, diende een aanvraag in voor een WAO-uitkering. Deze werd geweigerd omdat hij niet als verzekerde kon worden aangemerkt, mede vanwege zijn verblijfsstatus en de Wet arbeid vreemdelingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de weigering niet standhoudt. De Raad stelt vast dat betrokkene geen besluit heeft ontvangen over het einde van zijn verzekeringsplicht, wat mede te wijten is aan organisatorische tekortkomingen bij het UWV.
De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en beleidswijzigingen en concludeert dat de afwijzing van de WAO-uitkering niet rechtmatig is. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het nemen van een nieuw besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd.