ECLI:NL:CRVB:2003:AI0635
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.M. Schelfhout
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Verrekening WW-uitkering met nabetaling AAW/WAO-uitkeringen niet toegestaan
Appellant had een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de AAW/WAO die bij besluit van 28 januari 1991 werd herzien en verlaagd. Tegelijkertijd werd hem een WW-uitkering toegekend met een bericht dat deze onder ontbindende voorwaarde werd toegekend, namelijk dat bij een succesvolle beroepsprocedure met betrekking tot de AAW/WAO-uitkering de WW-uitkering moest worden terugbetaald.
De gedaagde instantie (Uwv) verrekende vervolgens de ontvangen WW-uitkering met een nabetaling van de AAW/WAO-uitkeringen en berekende rente over het saldo na verrekening. Appellant maakte bezwaar tegen deze verrekening en stelde dat de WW-uitkering definitief was toegekend en niet als voorschot kon worden beschouwd.
De Raad overwoog dat het systeem van de WW slechts voorschotten en definitief toegekende uitkeringen kent, en dat toekenning onder een ontbindende voorwaarde niet past binnen dit systeem. De Raad concludeerde dat aan appellant een definitieve WW-uitkering was toegekend. Omdat appellant redelijkerwijs niet kon begrijpen dat de WW-uitkering onverschuldigd was betaald, ontbrak de bevoegdheid van de gedaagde om de WW-uitkering te verrekenen met de nabetaling van de AAW/WAO-uitkeringen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en veroordeelde de gedaagde in de proceskosten van appellant. Tevens werd bepaald dat de rente berekend moet worden over het volledige bedrag van de nabetaling van de AAW/WAO-uitkeringen zonder verrekening van de WW-uitkering.
Uitkomst: De verrekening van de WW-uitkering met de nabetaling van de AAW/WAO-uitkeringen is niet toegestaan en het bestreden besluit wordt vernietigd.